Het Garantiefonds maakt voortaan informatie openbaar over:
- de evolutie van zijn interventiereserves: de onmiddellijk beschikbare financiële middelen om spaarders te vergoeden in geval van een probleem bij een financiële instelling in België.
- het totale bedrag aan beschermde tegoeden per beschermingsstelsel: de totale waarde van de bedragen die onder de garantie van het Fonds vallen.
Het opvolgen van deze bedragen maakt het mogelijk om na te gaan of de beschikbare reserves volstaan om de beschermde tegoeden te dekken. Het is belangrijk om te weten dat deze reserves slechts een deel vormen van de beschikbare middelen. Aanvullend kan het Garantiefonds uitzonderlijke bijdragen vragen aan de instellingen die deze reserve financieren, of een voorschot ontvangen van de Belgische Schatkist.
Deze gegevens, die elk kwartaal worden bijgewerkt, zijn beschikbaar via het Trimestrieel Rapport
De informatie met betrekking tot de kredietinstellingen wordt trimestrieel bijgewerkt, terwijl de gegevens voor de beursvennootschappen en de verzekeringsondernemingen jaarlijks worden geactualiseerd.
Het Trimestrieel Rapport uitgelegd
- Kredietinstellingen: interventiereserve en streefpeil
De interventiereserve is de “spaarpot” die binnen deze pijler werd opgebouwd (hier: die van de kredietinstellingen). Ze wordt gevuld met jaarlijkse bijdragen van de banken zelf.
De wet legt een streefpeil vast voor die reserve: 1,8% van het totaal aan beschermde deposito’s. Dat streefpeil werd bereikt op 1 juli 2025. Banken blijven ook de komende jaren bijdragen om dat niveau te behouden.
Als een bank failliet gaat, kan het Garantiefonds deze reserve gebruiken om ervoor te zorgen dat deposanten hun geld binnen de wettelijke termijn van 7 werkdagen kunnen terugkrijgen.
Dankzij deze periodieke rapportering kan men opvolgen of de middelen om spaarders en andere depositohouders te beschermen voldoende beschikbaar en financieel solide zijn.
- Beursvennootschappen en verzekeringsondernemingen: specifieke financieringsmodaliteiten
Voor de beursvennootschappen en de verzekeringsondernemingen geldt een afwijkend financieringsmechanisme. Voor deze pijlers is geen wettelijk streefpeil vastgelegd voor een vooraf opgebouwde interventiereserve.
De financiering gebeurt via jaarlijkse bijdragen, die worden vastgesteld en opgevraagd in functie van de financieringsbehoeften van het Garantiefonds en het risico op tussenkomst binnen deze beschermingsstelsels. De rapportering voor deze pijlers focust dan ook in hoofdzaak op het totale bedrag van de beschermde tegoeden, dat als referentie dient voor de opvolging van de potentiële verplichtingen van het Fonds.
Hoewel er voor deze pijlers geen vooraf bepaald reservepercentage van toepassing is, beschikt het Garantiefonds ook hier over de mogelijkheid om, indien nodig, bijkomende bijdragen te vragen aan de betrokken instellingen, zodat het zijn wettelijke opdracht tot bescherming van de rechthebbenden kan blijven vervullen.